Hoe betrouwbaar is jurisprudentie?
Jurisprudentie
Een belangrijke schakel in het Nederlandse rechtsbeleid
Een nauwe samenhang met het ontmoedigingsbeleid
Een andere pagina op rechtsvrijheid.nl
Jurisprudentie laat zien hoe een rechter in het verleden heeft beslist in soortgelijke zaken. Hier wordt dan ook vaak naar verwezen om tot een uitspraak te komen die positief is voor de partij die naar deze jurisprudentie verwijst.
Op zich niet vreemd omdat de gezichten van de rechters (bij een eerlijk beleid) feitelijk allemaal dezelfde kant op zouden moeten staan. Dit is echter slechts een farce, anders zou een rechter in hoger beroep nooit het hoger beroep gegrond kunnen verklaren (het gezicht van de rechter in hoger beroep staat tegenovergesteld aan het gezicht van de rechter in de voorgaande beroepszaak).
Maar wat heeft een ontmoedigingsbeleid nu te maken met de betrouwbaarheid van Jurisprudentie?
Laat ik eerst eens kijken naar een zaak die thans loopt zonder al teveel op de details in te gaan. Een beroep in een zaak tussen mij (een burger) en de overheid ( het Ministerie van Economische Zaken) RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur).
In de beslissing staat dat ik één keer een bepaald bedrag totaal moet betalen in plaats van twee keer dit bedrag. Ondanks dat mijn bezwaar ongegrond is verklaart ging het met name om het dubbele bedrag terug te brengen tot dit ene bedrag. Omdat dit in het besluit stond heb ik netjes afgewacht tot de beroepstermijn van zes weken was verlopen. beroep aantekenen had geen nut omdat in het besluit al stond dat ik moest betalen wat ik zelf voor ogen had.
Een beroep zou ongegrond worden verklaard op basis van het ontbreken van een reden en dus niet ontvankelijk worden verklaard. Fout Fout Fout. Zonder tijdig beroep wordt er niet gekeken naar een onherroepelijk besluit. Als er geen uitvoering wordt gegeven aan het besluit dan heb je gewoon pech!
Makkelijk hé, zitten op een stoel bij de overheid.
Ik heb in het verleden ook al eens een soortgelijke situatie meegemaakt waarbij de tegenpartij vlak voor de zitting mij in het gelijk stelde. De zitting en alles erom heen stond al geruime tijd vast en ik wilde uiteraard mijn kosten terug. Zelfs het Treinkaartje was al besteld en betaald. Bovendien was de jurisprudentie die in deze casus zou ontstaan veel belangrijker dan deze casus zelf. De rechtbank verklaarde mijn (hoger) beroep ongegrond op basis van niet ontvankelijkheid ( de tegenpartij heeft mij vlak voor de zitting in het gelijk gesteld). Dit betekend in feite dat de jurisprudentie in deze casus net zo betrouwbaar is als het stukje WC papier waar je met je vinger doorheen schiet en je vinger ontzettend van gaat stinken.
Dit vraagt om een stukje uitleg:
In het normale hoger beroep is mijn beroep ongegrond verklaart. hiermee ontstaat jurisprudentie die positief uitpakt in het belang van een overheidsinstantie (het UWV).
In hoger beroep zou indien het UWV mij niet kort voor de zitting in hoger beroep in het gelijk had gesteld de rechtbank mijn hoger beroep wel gegrond hebben verklaard.
Hiermee zou de jurisprudentie, verkregen in het gewone beroep komen te vervallen.
De onjuiste jurisprudentie kan dus nog steeds worden gebruikt door het UWV tegen al haar klanten (burgers/ slachtoffers) terwijl deze jurisprudentie in feite niet klopt zoals het UVW in feite zelf al kort voor de zitting in hoger beroep heeft aangegegven door mij in mijn gelijk te stellen. De onterecht verkregen jurisprudentie blijft dus overeind waarmee de onbetrouwbaarheid in jurisprudentie naar mijn beleving keihard is aangetoont.
Ontmoedigingsbeleid
Mijn beroep in de casus tegen de RDI (Ministerie van Economische Zaken) is ongegrond verklaart. RDI heeft kort na de uitspraak gevraagd wanneer de beslissing wordt gedupliceerd. De rechtbank heeft hier keurig op geantwoord.
Kennelijk hecht het ministerie veel waarde aan de publicatie van de uitspraak (jurisprudentie). Dit terwijl de uitspraak direct na de dag van de uitspraak al op 14 websites van mijzelf openbaar was gemaakt. Ik schaam mij hier niet voor, Ik zie het meer als een stuk om lekker op los te gaan. Mijn belang in een hoger beroep was niet zo heel groot, immers stond er in het verweer van RDI iets wat voor mij veel belangrijker was. Immers een verklaring van het ministerie dat mijn vergunningen nog steeds actief zijn. Ik heb immers een kort geding verloren op basis van het ontbreken van deze informatie die ik al ruim een jaar daarvoor heb opgevraagd bij ditzelfde ministerie.
De beslissing in kort geding kan dus in feite niet overeind blijven, echter is de beroepstermijn inmiddels verlopen en de bewijsvoering in een herroeping is voor mij een te zware belasting. Bovendien ben ik van mening dat de rechtbanken het al druk genoeg hebben.
Nu juist door het verzoek om publicatie (de datum) voel ik mij geroepen om in het kader van de hierbij ontstane jurisprudentie hoger beroep in te stellen.
Een hoger beroep, in dit geval inzake bestuursrecht, daarvoor moet ik binnen zes weken hoger beroep aantekenen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De kosten van dit hoger beroep zijn tegenwoordig in 2026 op 20 april € 287 en op 21 april (vandaag € 297, € 289 (particulieren) natuurlijke personen € 306. Lang leven AI. Iets van € 300.
Gezien het feit dat het hier gaat om een casus van <€ 1000 inclusief het griffiegeld in de eerste zaak is een hoger beroep een te groot risico.
In deze casus ontstaat dus opnieuw een jurisprudentie die waarschijnlijk overeind zal blijven door de hoge kosten (het ontmoedigingsbeleid voor burgers) in het voordeel van de overheid.
In beide jurisprudenties durf ik te stellen dat deze onrechtmatig zijn verkregen.
Wordt vervolgd